Paden, terrassen en halfverhardingen blijven alleen netjes op hun plaats liggen wanneer ze gemaakt zijn op een goede ondergrond, een fundering. Dat wordt nogal eens vergeten en dus ligt na verloop van tijd alles schots en scheef. Grond losmaken of verbeteren op plaatsen waar later een pad of een terras moet komen is overbodig werk en gespitte grond vormt een uiterst slechte fundering.

Verzakken en opvriezen van bestratingen

Als de bestrating ongelijk komt te liggen zijn daarvoor twee oorzaken. Allereerst een verzakking in de ondergrond. Losse grond onder de bestrating klinkt in en komt dus lager te liggen. Jammer genoeg gebeurt dit vaak niet gelijkmatig. Een tweede oorzaak is het opvriezen van de ondergrond, dit gebeurt als er te veel vocht (natte aarde) onder de bestrating ligt. Dit vocht bevriest, zet uit en de bestrating komt omhoog. Bij dooi zakt de aarde terug, maar opnieuw: niet gelijkmatig. Ligt er genoeg zand en/of puin onder de bestrating, dan blijft daar weinig water achter en is de kans op bevriezen gering.

Goed grondwerk uitvoeren

In boeken en artikelen leest u bij het grondwerk vaak: 'Graaf 10-15 cm grond uit, vul de sleuf met scherp zand en leg daarop de bestrating. 'Nou, zo gaat het bij ons dus niet, want dat is beslist onvoldoende’. Goed is: graaf tot aan de ongeroerde grond. Ongeroerd wil zeggen: waar niet in gegraven is, wat dus vaste ondergrond is. Stort vervolgens een laag grof puin, dan fijne puin of grind, vul het aan met scherp zand en water dit alles grondig in. Grondig betekent hier: net zolang inwateren tot alles onder water staat. Doel: het zand tussen het puin spoelen en ook nog eens alle lucht verdrijven. De volgende dag ligt het cunet als een huis en zal nooit meer verzakken. Vervolgens nivelleren en bestraten. Dit is wat wij vakwerk noemen. Als u zo inwatert, is trillen (met een trilmachine) overbodig. Dat spaart dus weer werk en geld.

Halfverharding

Onder halfverharding verstaan we grind, split, duomix, gravel, parkgoud, enz. Wanneer deze verharding een beetje verzakt, is dit niet dramatisch want de kuiltjes kunt u gewoon opvullen met hetzelfde materiaal. Een ondergrond zoals hierboven beschreven is, is bij halfverharding dan ook niet beslist noodzakelijk. Eventueel kunt u 10 cm uitgraven, een gronddoek leggen en daarop de halfverharding storten.

Betonfundering

Het allerbeste en ook het allerduurste is een fundering van gewapend beton. Ook in dit geval wordt de ondergrond weer uitgegraven tot de vaste bodem is bereikt. Daarna worden puin, grind en zand gestort en daarna ingewaterd. De bovenlaag zal vervolgens bestaan uit een 10-12 cm dikke plaat van gewapend beton. De wapening is betongaas, 6 mm dik, dat midden in het beton komt te liggen, nooit dichter dan 4 cm bij de buitenkant van het beton. Maak secties die niet veel langer zijn dan 3 m, gescheiden door een smalle voeg (dilatatievoeg). De wapening mag niet doorlopen in deze voeg. Elke sectie kan daardoor een millimetertje verschuiven of verzakken en zal nooit scheuren. Als het beton hard is, kan met specie een bestrating aan worden gebracht. Bijvoorbeeld van dunne tegels of strips van natuursteen. Die zijn zo dun (want anders veel te duur) dat ze bij gewoon straten zouden breken. Op een betonfundering heeft u daar geen last van.

De omranding van uw bestrating

Nadat de fundering voor ons klinkerterras op de beschreven manier tot stand is gebracht, wordt in de volgende fase de omranding voorbereid. Daarmee wordt het raamwerk voor de latere klinkerbedekking gemaakt. Dit raamwerk moet op de exacte eindhoogte van de bedekking worden gebracht en het legpatroon van de klinkers moet precies hierin passen. De omranding wordt in schraal beton gelegd – bijv. als een zogenaamde rollaag van stenen die op hun kant gelegd worden. Naar buiten toe ondersteunt men deze stenen met behulp van een talud van schraal beton. Om bij het latere bestraten zo weinig mogelijk te hoeven knippen en een zuiver legpatroon te verkrijgen, wordt de binnenwerkse afstand van de omranding – bijv. tot aan de gevel – van tevoren door middel van het uitleggen van straatklinkers, met inbegrip van 3 – 5 mm voegen, precies bepaald. Op die manier kan bij het leggen zonder knipafval met de volle steenbreedte en – de volle lengte gewerkt worden. De binnenwerkse hoogte van de omranding, gemeten vanaf de fundering, volgt uit de dikte van de hierna aan te brengen dragende laag. Deze dragende laag moet minstens 10 cm plus de dikte van het zandbed (ca. 3 cm) plus de gekozen klinkerdikte zijn. Daarbij moet u vanaf het huis tot aan de tuin een afschot van ca. 1,5-2% in acht nemen. Om te voorkomen dat de randstenen tijdens vorstperiodes uit het mortelbed loskomen, moeten de voegen tussen de stenen met specie afgesloten worden. Zodoende kan er geen water indringen. Verse specieresten worden afgeveegd om cementvlekken te voorkomen

  • Vraag vrijblijvende offerte aan

  • veel gestelde vragen